ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8140
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- A. Wassing
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte productie en handel hennep en deelname criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Utrecht heeft op 15 juni 2011 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van productie en handel in hennep en hasjiesj, alsmede deelname aan een criminele organisatie. Het onderzoek betrof de periode van januari 2008 tot oktober 2010, met name gericht op een growshop en leveranties van hennepstekken.
De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij het lossen van dozen met hennep en dat sms-berichten en camerabeelden dit bevestigden. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist dat de dozen hennep bevatten en dat er onvoldoende bewijs was voor deelname aan een criminele organisatie. Tevens werd een vormverzuim aangevoerd vanwege onduidelijkheden in het dossier over onderzoeksdata en het gebruik van informanten.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was en dat er geen sprake was van een vormfout. Echter, het dossier bevatte onvoldoende bewijs dat verdachte wist dat de dozen hennep bevatten of dat hij deel uitmaakte van een criminele organisatie. Het enkele feit van veelvuldig telefonisch contact met een medeverdachte was onvoldoende om (voorwaardelijk) opzet aan te nemen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief zij het bevel tot voorlopige hechtenis op. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs en kennis van de inhoud van communicatie voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan kennis van hennep in de dozen.