ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8705
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij openlijke geweldpleging
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van openlijke geweldpleging samen met anderen tegen een benadeelde partij. Tijdens de terechtzitting op 15 april 2011 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken.
De officier van justitie achtte het niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan en vorderde vrijspraak. De verdediging sloot zich hierbij aan en verzocht eveneens om vrijspraak en niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in diens schadevordering.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het geweld jegens de benadeelde was vastgesteld, niet kon worden vastgesteld welke personen het geweld hadden toegepast of een significante bijdrage hadden geleverd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij de openlijke geweldpleging. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering, met de mogelijkheid deze bij de burgerlijke rechter aan te brengen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij openlijke geweldpleging.