ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9074
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke werkstraf na nieuw strafbaar feit tijdens proeftijd
De veroordeelde was eerder veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Tijdens deze proeftijd beging hij een nieuw strafbaar feit, waarvoor hij opnieuw werd veroordeeld met een voorwaardelijk deel.
De officier van justitie vorderde de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. Tijdens de zitting op 7 juni 2011 werden de veroordeelde, zijn raadsman, de officier van justitie, en vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg gehoord.
De kantonrechter achtte de voorwaarden voor tenuitvoerlegging aanwezig en gelastte de uitvoering van de werkstraf. Tevens werd bepaald dat indien de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, deze wordt vervangen door 20 uren jeugddetentie. De beslissing werd uitgesproken op 21 juni 2011.
Uitkomst: De voorwaardelijke werkstraf van 40 uren wordt ten uitvoer gelegd, met vervanging door 20 uren jeugddetentie bij niet-naleving.