ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9213
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- L.E. Verschoor-Bergsma
- G. Perrick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op noodweerexces bij poging zware mishandeling en mishandeling
Op 30 augustus 2008 raakte verdachte in een conflict met twee slachtoffers te Abcoude. Verdachte trok een slachtoffer aan haar haren, duwde haar op de grond en schopte en stompte haar in gezicht en hoofd. Het tweede slachtoffer, die te hulp kwam, werd eveneens mishandeld. De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen.
De verdediging voerde noodweerexces aan, stellende dat verdachte werd aangevallen door twee personen en zich moest verdedigen. De rechtbank verwierp dit verweer omdat geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en verdachte alternatieven had om te handelen, zoals weggaan.
Psychiatrisch onderzoek wees op verminderd toerekeningsvatbaarheid wegens persoonlijkheidsstoornis en middelengebruik, maar dit leidde niet tot strafuitsluiting. Verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar, een werkstraf van 150 uur, en verplicht reclasseringscontact inclusief behandeling en training.
De rechtbank kende aan de slachtoffers materiële en immateriële schadevergoeding toe, met wettelijke rente vanaf de datum van het incident. De vorderingen die niet direct verband hielden met het bewezen feit werden afgewezen en verwezen naar de burgerlijke rechter.
De rechtbank nam ook de overschrijding van de redelijke termijn mee in de strafvermindering. Verdachte toonde geen berouw en nam geen verantwoordelijkheid, wat de ernst van de strafzaak onderstreepte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, werkstraf en schadevergoeding wegens poging tot zware mishandeling en mishandeling; beroep op noodweerexces afgewezen.