ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9505
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot zware mishandeling met hamer na confrontatie
Op 5 juli 2009 liep verdachte met een hamer in de hand naar een groep jongeren die lawaai maakten bij zijn woning. Toen twee van hen probeerden de hamer van hem af te pakken, sloeg verdachte met de hamer op het hoofd van twee slachtoffers, [benadeelde 3] en [benadeelde 1].
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd afgewezen omdat verdachte zelf de escalatie veroorzaakte door agressief met de hamer om zich heen te slaan.
Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur. De vordering tot schadevergoeding van een van de slachtoffers werd deels toegewezen voor immateriële schade van €500, terwijl materiële schade en kosten rechtsbijstand werden afgewezen wegens gebrek aan rechtstreeks verband en ontvankelijkheid. De rechtbank oordeelde dat de straf passend was gezien de ernst van het feit en het blanco strafblad van verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 100 uur werkstraf voor poging tot zware mishandeling met hamer, beroep op noodweer afgewezen.