ECLI:NL:RBUTR:2011:BR1263
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.G. de Weerd
- M.A.A.T. Engbers
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging zware mishandeling en bedreiging moeder met brandstichting
Op 15 februari 2011 heeft verdachte in de woning van zijn moeder geprobeerd haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een spuitbus deodorant naar haar gezicht te spuiten en daarbij een brandende aansteker te houden, waardoor een vlam ontstond die hij kort op haar gezicht richtte. De moeder liep derdegraads brandwonden op. Verdachte heeft dit opzettelijk gedaan en de rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen.
Daarnaast heeft verdachte zijn moeder bedreigd met brandstichting door haar te zeggen dat hij het huis zou affikken met deodorant en vuur als zij hem zou aanraken, en door sms-berichten te sturen met dreigementen. De rechtbank verwierp het verweer dat verdachte deze berichten niet zelf had gestuurd.
Verdachte werd onderzocht en bleek gedeeltelijk verminderd toerekeningsvatbaar door ADHD. De rechtbank hield rekening met zijn blanco strafblad en de psychologische rapporten bij de strafoplegging. De officier van justitie eiste 9 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 voorwaardelijk, maar de rechtbank legde een straf van 7 maanden op, waarvan 3 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Tijdens de proeftijd moet verdachte zich houden aan reclasseringsvoorschriften, waaronder meldingsplicht, behandeling gericht op agressieregulatie en begeleid wonen. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en verklaarde hem strafbaar voor poging zware mishandeling en bedreiging met brandstichting.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor poging tot zware mishandeling en bedreiging met brandstichting van zijn moeder.