ECLI:NL:RBUTR:2011:BR1638
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs poging diefstal met geweld en afpersing
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot diefstal met geweld en/of poging tot afpersing in vereniging, alsmede medeplichtigheid daaraan, gepleegd op 24 september 2010.
De officier van justitie achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken was bij een overval op het slachtoffer. Dit werd onderbouwd met verklaringen van het slachtoffer, afgeluisterde telefoongesprekken en andere bewijsstukken. Verdachte bekende contactpersoon te zijn geweest, maar ontkende kennis te hebben gehad van een overval.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist wat er zou gebeuren en betwijfelde de betrouwbaarheid van het slachtoffer en de volledigheid van het bewijs. De rechtbank concludeerde dat uit het bewijs, met name de telefoontaps, niet kon worden vastgesteld dat verdachte wist dat er een overval zou plaatsvinden.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde feit. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor poging diefstal met geweld en afpersing.