ECLI:NL:RBUTR:2011:BR1648
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen
Op 24 september 2010 heeft verdachte samen met een mededader geprobeerd [slachtoffer] af te persen door hem te dwingen geld af te geven onder dreiging met geweld. [Slachtoffer] werd met een vuurwapenachtig voorwerp op het hoofd geslagen, wat werd bevestigd door een medische verklaring.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van [slachtoffer], tapgesprekken tussen verdachte, medeverdachte en contactpersonen, en waarnemingen van verdachte in een grijze Opel Insignia. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was, wijzend op fouten in telefoontapgegevens en ontkenning van verdachte.
De rechtbank achtte het bewijs overtuigend, onder meer door het herkennen van verdachte in tapgesprekken en het corresponderen van locatiegegevens met de plaats van het delict. Verdachte werd veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, waarbij rekening werd gehouden met zijn strafblad en omstandigheden van het delict.
De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en legde een lagere straf op dan door de officier van justitie was gevorderd vanwege het niet-weerloze karakter van het slachtoffer en het beperkte inzicht in de persoon van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf wegens poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen.