ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2552
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord ondanks weigering UWV
De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek van verzoekster tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet. Verzoekster had een schuldregeling aangeboden waarbij alle schuldeisers, behalve UWV, akkoord gingen. UWV weigerde instemming vanwege een boete opgelegd wegens onterechte uitkering.
De rechtbank oordeelde dat zij op grond van de Hoge Raad (9 juli 2010, NJ 2010, 648) bevoegd is UWV te bevelen in te stemmen met de schuldregeling onder de voorwaarden van artikel 287a Fw. De afweging betrof de belangen van UWV tegenover die van verzoekster en overige schuldeisers. De schuld aan UWV werd als niet te goeder trouw beoordeeld, maar de schuld was relatief laag en verzoekster had sinds anderhalf jaar geen nieuwe schulden gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat de vooruitzichten voor UWV bij aanvaarding van het akkoord gunstiger waren dan bij verwerping, en dat het toezicht op de sollicitatieverplichting voldoende was gewaarborgd. Daarom was het redelijk dat UWV niet tot weigering van instemming kon komen. Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord werd toegewezen, waardoor het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet meer aan de orde was.
Uitkomst: De rechtbank beveelt UWV in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onder het dwangakkoord.