ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2595
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en werkstraf in zaak asbestverontreiniging en schending arbeidsomstandighedenwet
In deze strafzaak stond verdachte, directeur van een sloopbedrijf, terecht voor het veroorzaken van asbestverontreiniging en het niet naleven van veiligheidsvoorschriften tijdens sloopwerkzaamheden in een Albert Heijn-pand te Veenendaal. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde opzettelijke en schuldige handelen met asbest, omdat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat asbest daadwerkelijk was vrijgekomen door ondeskundig handelen.
Wel werd bewezen verklaard dat de rechtspersoon, onder leiding van verdachte, onvoldoende maatregelen had genomen om het gevaar van blootstelling aan asbestvezels te voorkomen. Zo werd asbest verwijderd zonder het voorgeschreven containment en werkten werknemers zonder adequate beschermingsmiddelen in besmette ruimtes. Dit leverde overtredingen op van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit.
De rechtbank achtte de feiten ernstig, mede gezien de gevaren van asbest voor gezondheid en veiligheid, en veroordeelde verdachte tot een geldboete van € 500,- en een werkstraf van 100 uur, met vervangende hechtenis bij niet-naleving. Verdachte werd niet veroordeeld tot een gevangenisstraf vanwege zijn eerdere onbestrafte verleden en de omstandigheden van de zaak.
De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van werkgevers om de veiligheid van werknemers te waarborgen bij risicovolle werkzaamheden en bevestigt dat nalatigheid op dit gebied strafrechtelijk kan worden bestraft, ook als opzet niet bewezen is.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van opzettelijk handelen, maar veroordeeld tot werkstraf van 100 uur en geldboete van € 500 wegens schending arbeidsomstandighedenwet.