ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2597
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank voor economische strafzaken inzake asbestveiligheid op arbeidsplaats
De rechtbank Utrecht behandelde een strafzaak waarin verdachte werd verdacht van het in vereniging opzettelijk en wederrechtelijk brengen van asbestvezels in een pand, wat gevaar voor de openbare gezondheid zou opleveren. Daarnaast werd verdachte verweten niet overeenkomstig zijn opleiding en instructies zorg te dragen voor de veiligheid op de arbeidsplaats, met betrekking tot asbesthoudende materialen.
De rechtbank stelde vast dat de economische meervoudige kamer voor strafzaken onbevoegd was om kennis te nemen van de feiten, omdat deze geen economische delicten betroffen. De tenlastelegging betrof strafbare feiten volgens artikelen 173a en 173b van het Wetboek van Strafrecht, en een overtreding van artikel 11 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, welke niet strafrechtelijk maar bestuurlijk kan worden bestraft.
De rechtbank concludeerde dat het tweede feit geen strafbaar feit is waarop strafvervolging kan worden ingesteld, aangezien niet-naleving van artikel 11 Arbeidsomstandighedenwet leidt tot een bestuurlijke boete. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van de tenlastelegging.
De zaak was inhoudelijk behandeld op 24 en 27 mei 2011, waarbij zowel officier van justitie als verdediging hun standpunten hadden toegelicht. De dagvaarding werd als geldig beoordeeld, maar de rechtbank kon niet inhoudelijk oordelen over de tenlastelegging.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de tenlastelegging wegens gebrek aan economische delicten en niet-strafbare feiten.