ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2599
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank inzake asbestdelicten en arbeidsomstandigheden
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk en wederrechtelijk brengen van asbestvezels in een pand te Veenendaal, en het niet naleven van veiligheidsvoorschriften op de arbeidsplaats. De rechtbank Utrecht oordeelde dat de economische meervoudige kamer voor strafzaken onbevoegd was om kennis te nemen van de tenlastelegging, aangezien geen van de feiten een economisch delict betrof.
De primaire en subsidiaire feiten betroffen strafbare feiten volgens artikelen 173a en 173b van het Wetboek van Strafrecht, terwijl het tweede feit betrekking had op een overtreding van artikel 11 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet. Dit laatste is niet strafrechtelijk maar bestuurlijk bestraft met een boete van de eerste categorie.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was, maar verklaarde zich uiteindelijk onbevoegd om kennis te nemen van de tenlastelegging. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk door deze kamer kon worden behandeld en dat strafvervolging op het tweede feit niet mogelijk is.
De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters van de rechtbank Utrecht, in aanwezigheid van de griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 10 juni 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de tenlastelegging wegens gebrek aan bevoegdheid.