ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2802
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Wassing
- J. Ebbens
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij hennep en hasjiesj op 3 december 2010
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het kweken, bewerken en het aanwezig hebben van hennep en hasjiesj op 3 december 2010. De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij deze drugsactiviteiten, onder meer vanwege een vingerafdruk op een zak met henneptoppen en observaties van contacten met medeverdachten.
De verdediging voerde aan dat de vingerafdruk niet als bewijs kon dienen omdat deze onrechtmatig in de databank was opgenomen en dat de aanwezigheid van de vingerafdruk op de zak geen bewijs was voor betrokkenheid bij de drugs op die datum. Ook wees de verdediging erop dat de drugs niet in de woning van verdachte waren aangetroffen en dat er meerdere andere vingerafdrukken op de zakken zaten.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om te bewijzen dat verdachte op 3 december 2010 in nauwe en bewuste samenwerking met anderen handelde of alleen de tenlastegelegde handelingen verrichtte. De enkele aanwezigheid van de vingerafdruk was onvoldoende bewijs voor betrokkenheid. De rechtbank stelde dat de rechtmatigheid van opname van de vingerafdruk in de databank niet relevant was en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij hennep en hasjiesj op 3 december 2010.