ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3549
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding BPM bij terugvordering van fiscus; wettelijke rente bij te late schade-uitkering
Eiser kocht een Mercedes Viano die later werd gestolen. De auto was verzekerd bij ASR met cascodekking exclusief BTW. Eiser vorderde vergoeding van de BPM als onderdeel van de schadevergoeding, ondanks dat hij de BPM al had teruggevorderd van de Belastingdienst. ASR verweerde zich met het indemniteitsbeginsel, stellende dat vergoeding BPM zou leiden tot een duidelijker voordeliger positie van eiser.
De rechtbank overwoog dat BPM normaal gesproken onderdeel is van de dagwaarde, maar in dit geval niet omdat eiser de BPM al had terugontvangen. Vergoeding BPM zou leiden tot een hoger bedrag dan de werkelijke waarde van de auto, wat strijdig is met artikel 7:960 BW Pro. Daarom wees de rechtbank de primaire vordering af.
Subsidiair vorderde eiser vertragingsschade wegens late uitkering van de schade. ASR stelde dat zij pas na ontvangst van noodzakelijke gegevens tot uitkering kon overgaan. De rechtbank oordeelde dat ASR vanaf 25 juli 2009, dertig dagen na melding diefstal, in verzuim was en veroordeelde ASR tot betaling van wettelijke rente over de schadevergoeding. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vergoeding van BPM af en veroordeelt ASR tot betaling van wettelijke rente wegens te late schade-uitkering.