ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3955
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting voor reparatiefactuur aan eigenaar auto ondanks zakelijk gebruik
In deze zaak vordert eiser ontheffing van een verstekvonnis waarin hij is veroordeeld tot betaling van een reparatiefactuur voor zijn Mercedes. Eiser stelt dat hij de reparatieopdracht niet privé, maar namens zijn besloten vennootschap (BV) heeft gegeven, omdat de auto zakelijk werd gebruikt. De BV was echter niet eigenaar van de auto.
De kantonrechter stelt vast dat de Mercedes op het moment van reparatie op naam van eiser stond en dat hij de opdracht heeft gegeven. Zonder nadere toelichting is niet aannemelijk dat de BV een opdracht kon geven voor een auto die niet haar eigendom was. Het feit dat de factuur aanvankelijk aan de BV werd gestuurd en dat de BV in faillissement was verklaard, leidt er niet toe dat eiser niet persoonlijk gehouden is tot betaling.
Eiser heeft nagelaten het standpunt van gedaagde, dat hij uitdrukkelijk had verzocht de factuur aan de BV te richten, te weerspreken. Zijn verzet wordt daarom ongegrond verklaard en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet van eiser wordt ongegrond verklaard en hij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.