ECLI:NL:RBUTR:2011:BR4084

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
12 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/600766-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38s SrArt. 509aa Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting maatregel plaatsing inrichting stelselmatige daders na tussentijdse beoordeling

De rechtbank Utrecht heeft op 12 juli 2011 een beslissing genomen op grond van artikel 38s Wetboek van Strafrecht betreffende de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, opgelegd aan de veroordeelde. Deze maatregel was eerder door de rechtbank opgelegd voor de duur van twee jaar op 11 november 2010.

De veroordeelde had verzocht om een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van deze maatregel. Tijdens de zitting werden de officier van justitie, de veroordeelde, diens advocaat en twee getuigen-deskundigen gehoord. Uit het onderzoek bleek dat de kans op recidive bij opheffing van de maatregel zeer hoog werd geacht.

De behandeling bij Triple Ex, gericht op gedrags-, persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek, psycho-educatie en sociale vaardigheden, werd als noodzakelijk beoordeeld. De veroordeelde verklaarde zich bereid de behandeling voort te zetten. De rechtbank zag daarom geen aanleiding om de maatregel te beëindigen en besloot deze voort te zetten.

De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Utrecht, waarbij één rechter niet kon meeondertekenen.

Uitkomst: De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet wegens hoge recidivekans en noodzaak behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer: 16/600766-10
Datum uitspraak: 12 juli 2011
Beslissing ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht
Beslissing van de meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ex artikel 509aa van het Wetboek van Strafvordering, betrekking hebbend op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan:
[veroordeelde]
geboren te [geboorteplaats] op [1977],
thans verblijvende in het Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht.
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:
- het vonnis van deze rechtbank d.d. 11 november 2010 waaruit blijkt dat aan de veroordeelde is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar;
- het verzoek van de veroordeelde d.d. 18 mei 2011 inhoudende dat de rechtbank een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel zal gelasten;
- een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel opgesteld door de heer M. van Doorn, namens de directeur van de penitentiaire inrichting Wolvenplein, d.d. 4 juli 2011.
Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 12 juli 2011, waarbij zijn gehoord:
de officier van justitie, de veroordeelde, diens raadsvrouwe mr. M. Ketting, advocaat te Amsterdam en de getuigen-deskundigen mevrouw E. Buijs, reclasseringsmedewerker (GAVO Utrecht) en de heer M. van Doorn, individueel trajectbegeleider (PI Utrecht, locatie Wolvenplein).
OVERWEGINGEN:
Uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat de kans op recidive, indien de maatregel nu wordt opgeheven, door de getuigen-deskundigen zeer hoog wordt geacht. Een behandeling bij Triple Ex is nog steeds geïndiceerd. Deze behandeling, gericht op de aanwezige gedrags- en persoonlijkheidsproblematiek, de verslavingsproblematiek, psycho-educatie en training in het leren omgaan met anderen, is opgebouwd uit fases en werkt uiteindelijk toe naar begeleid wonen. Alhoewel de veroordeelde zich aanvankelijk niet kon vinden in het advies, heeft hij zich ter terechtzitting bereid verklaard zijn best te zullen doen de behandeling bij Triple Ex tot een goed einde te brengen en verder mee te zullen werken aan de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.
Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders te beëindigen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 38s van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
De rechtbank verstaat dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, opgelegd aan [veroordeelde] voornoemd, wordt voortgezet.
Aldus gedaan door mr. A. Wassing, voorzitter, en mrs. G. Perrick en J.M. Bruins bijgestaan door mr. K. Verspaget-Kruyt als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 12 juli 2011.
Mr. J.M. Bruins is niet in de gelegenheid deze beslissing mee te ondertekenen.