ECLI:NL:RBUTR:2011:BR4971
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning horeca wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Utrecht heeft de exploitatievergunning van eiser voor zijn horecabedrijf ingetrokken omdat eiser niet voldoet aan de eis van goed levensgedrag zoals gesteld in de Horecaverordening Utrecht 2004. Dit volgde op meerdere incidenten waarbij softdruggebruik in het horecabedrijf werd geconstateerd en het ontbreken van een leidinggevende tijdens openingstijden.
Eiser betoogde dat de incidenten van onvoldoende gewicht waren om te spreken van slecht levensgedrag en dat hij als ondernemer niet goed functioneerde, waarvoor minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn. Ook voerde hij aan dat hij op medische gronden afwezig was en dat hij klanten aansprak op het gebruik van softdrugs.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat eiser niet voldeed aan de eis van goed levensgedrag. De incidenten waren meervoudig en kort na elkaar, ondanks eerdere schriftelijke waarschuwingen. De afwezigheid van een leidinggevende was niet verantwoord en het softdruggebruik in het bedrijf was een overtreding van het vergunningvoorschrift.
De rechtbank benadrukte dat de intrekking van de vergunning een imperatieve verplichting is bij het niet voldoen aan de eis van goed gedrag, zonder ruimte voor belangenafweging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de exploitatievergunning wegens slecht levensgedrag is ongegrond verklaard.