ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5013
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Koster
- A.G. van Doorn
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van openlijke geweldpleging, waaronder het slaan, schoppen en steken van het slachtoffer met een mes of ander scherp voorwerp. De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een gebrekkig opsporingsonderzoek met tunnelvisie, wat de waarheidsvinding zou hebben geschaad.
De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van ernstige inbreuk op de procesorde en verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk. De officier van justitie vorderde gedeeltelijke vrijspraak voor het steekincident, maar wilde een voorwaardelijke werkstraf opleggen voor het overige geweld. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de belastende verklaringen en stelde dat verdachte niet de dader was van het steken.
Na beoordeling van het bewijs, waaronder verklaringen van getuigen en het slachtoffer, concludeerde de rechtbank dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte een significante bijdrage had geleverd aan het geweld. De verklaringen werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld. Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van het tenlastegelegde feit en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor openlijke geweldpleging.