ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5268
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. Brouwer
- R.P. den Otter
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bevordering wildstand en gebruik rattengif
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bevorderen van de wildstand door bijvoeren in strijd met de Flora- en faunawet, en het voorhanden hebben en toepassen van rattengif zonder vakbekwaamheidscertificaat.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat het bijvoeren daadwerkelijk heeft geleid tot een toename van de wildstand. Verdachte voerde aan dat hij als veldverzorger handelde om het dierenbestand te behouden. Daarnaast was er geen bewijs dat verdachte rattengif zoals Klerat Pellet, FRAP of Super Caid in bezit had of gebruikte, ondanks dat rattengif op het terrein werd aangetroffen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet wettig en overtuigend schuldig kon worden bevonden aan de tenlastegelegde feiten en sprak hem daarom vrij. De dagvaarding was geldig, de rechtbank was bevoegd, en de officier van justitie was ontvankelijk, maar het bewijs ontbrak voor veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde feiten.