ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5802
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vernietiging bindend advies over prepensioenregeling
Eiser was bestuurder en werknemer van twee stichtingen en zijn arbeidsovereenkomst werd beëindigd. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst over een prepensioenregeling, waarbij een deskundige (LNBB) werd benoemd om het benodigde aanvullende kapitaal te berekenen. LNBB bracht een bindend advies uit dat eiser betwistte en vernietiging daarvan vorderde.
De rechtbank toetste het bindend advies marginaal op onaanvaardbaarheid volgens artikel 7:904 BW Pro. Eiser stelde dat LNBB onzorgvuldig was geweest en niet de juiste uitgangspunten had gehanteerd, zoals een onterechte korting op het eindloon, een verkeerd percentage uitkeringsgrondslag, afwijkingen in indexatie, pensioenleeftijd en kostenopslag.
De rechtbank concludeerde dat LNBB de berekeningswijze redelijk had toegepast, dat het bindend advies uitvoerbaar was voor een pensioenuitvoerder en dat de gemaakte keuzes in lijn waren met de vaststellingsovereenkomst en wettelijke vereisten. De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van het bindend advies af en veroordeelt eiser in de proceskosten.