ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6387
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor telefonische bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht
Op 13 januari 2011 heeft verdachte telefonisch een medewerkster van de Sociale Dienst bedreigd met woorden van een misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte eiste per direct geld en sprak dreigende woorden, waaronder verwijzingen naar zijn neef die eerder medewerkers van de Sociale Dienst had mishandeld.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de anonieme getuige, de medewerkster, als volwaardig bewijs kon dienen ondanks het ontbreken van aanvullende opname of getuigen. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende aanvullend bewijs was en dat de bedreiging niet bewezen kon worden, maar de rechtbank verwierp deze argumenten.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de bedreiging heeft geuit en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank matigde de eis van de officier van justitie vanwege het ontbreken van eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en zag af van reclasseringstoezicht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 dagen gevangenisstraf, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, wegens telefonische bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.