ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6658
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- E.A.A. van Kalveen
- I. Bruna
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs opzettelijke brandstichting woning
Op 2 januari 2011 werd brand ontdekt in de woning van verdachte, waarbij meerdere brandhaarden werden vastgesteld en gaskranen openstonden. Verdachte werd bewusteloos aangetroffen en overgebracht naar het ziekenhuis. De politie ontving een melding van brand en constateerde rook en vuur in de woning. Een technisch rechercheur stelde vast dat er negen brandhaarden waren zonder technische oorzaak en achtte het aannemelijk dat verdachte opzettelijk brand had gesticht.
Verdachte verklaarde dat zij een suïcidepoging deed door het gas aan te steken en dat zij ongewild lamellen in brand had gestoken door de werking van een nieuw gasfornuis. Er was geen technisch bewijs voor andere brandhaarden, geen getuigenverklaringen of deskundigenrapporten die opzet konden bevestigen. De officier van justitie meende dat de verspreiding van brandhaarden en het feit dat verdachte alleen thuis was, op opzet wezen.
De rechtbank vond het bewijs onvoldoende om opzettelijke brandstichting te bewijzen. De verklaring van verdachte en het ontbreken van bewijs voor andere brandhaarden maakten het aannemelijk dat zij niet met opzet brand had gesticht. Ook bleef de mogelijkheid bestaan dat iemand anders de brandhaarden had veroorzaakt. De rechtbank sprak verdachte vrij en hechtte er belang aan dat zij spoedig psychiatrische hulp krijgt vanwege haar suïcidegevaar.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor opzettelijke brandstichting.