ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6773
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken schijn van partijdigheid
Op 22 augustus 2011 vond een zitting plaats in de strafzaak tegen verzoeker, waarbij mr. [X] voorzitter was. Tijdens deze zitting heeft verzoeker, vertegenwoordigd door zijn raadsman, een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [X]. Verzoeker stelde dat mr. [X] de schijn van partijdigheid had gewekt door een opmerking te maken die zijn verklaring ongeloofwaardig zou maken.
Mr. [X] verweerde zich door te stellen dat zijn opmerking bedoeld was om de verdachte uit te nodigen tot nadere toelichting en dat dit geen aanwijzing voor vooringenomenheid was. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 30 augustus 2011, waarbij ook de officier van justitie aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de strafrechter ruimte heeft om zijn voorlopige oordeel te uiten en dat het ontbreken van nadere uitleg bij de opmerking niet automatisch leidt tot een schijn van partijdigheid. Er waren geen bijkomende feiten die de onpartijdigheid in het geding brachten. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de strafzaak werd voortgezet waar deze was gebleven.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. [X] is afgewezen wegens ontbreken van de schijn van partijdigheid.