ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6964
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Oostendorp
- M.J. Grapperhaus
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Beslissing tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden voor twee jaar
De terbeschikkinggestelde is sinds 1999 ter beschikking gesteld na het opzettelijk stichten van brand met gevaar voor levens en goederen. Na eerdere verlengingen en een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de terbeschikkingstelling.
Diverse deskundigen gaven uiteenlopende adviezen: terwijl sommigen geen verlenging noodzakelijk achtten, adviseerden anderen juist een verlenging van één tot twee jaar vanwege het risico op recidive en het belang van gedwongen medicatie-inname. De reclasseringswerker benadrukte het goede maatschappelijk functioneren en de ingebedheid in hulpverlening, maar erkende ook praktische belemmeringen zoals het ontbreken van een geldig reisdocument.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het goede functioneren, het risico op een psychotische terugval en recidive aanwezig blijft. Het civiele kader biedt onvoldoende waarborgen voor continuïteit en medicatietoezicht. Daarom wordt de terbeschikkingstelling met voorwaarden voor twee jaar verlengd om de veiligheid van de maatschappij te waarborgen.
De rechtbank weegt het belang van de maatschappij tegen dat van de terbeschikkinggestelde, die door de maatregel beperkt wordt in zijn mogelijkheden tot naturalisatie en reizen, maar concludeert dat het maatschappelijke belang prevaleert. De beslissing is gebaseerd op artikelen 38d, 38e en 38j van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met voorwaarden voor de duur van twee jaar.