ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6966
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- J.E. Kruijff-Bronsing
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke jeugddetentie wegens poging zware mishandeling met verminderd toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot zware mishandeling door haar ex-vriend met een mes te steken. Uit het onderzoek bleek dat verdachte leed aan een borderlinepersoonlijkheidsstoornis, ADHD en gedragsstoornissen, waardoor zij verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het mes in de zij van het slachtoffer stak, maar sprak haar vrij van meer of anders ten laste gelegde feiten. De ernst van het feit werd erkend, maar gezien de psychische problematiek en de positieve behandelresultaten werd afgezien van een gedragsbeïnvloedende maatregel.
In plaats daarvan legde de rechtbank een jeugddetentie van negen maanden op, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan bijzondere voorwaarden waaronder behandeling bij de Barentsz-kliniek en toezicht door de jeugdreclassering. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van €500 immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer.
De rechtbank bepaalde dat het in beslag genomen mes onttrokken werd aan het verkeer en dat een stofzuigerslang aan het slachtoffer werd teruggegeven. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de strafoplegging hield rekening met de persoonlijke omstandigheden en het belang van behandeling en begeleiding.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot negen maanden jeugddetentie waarvan vier maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een schadevergoeding van €500 aan het slachtoffer.