ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1937
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf wegens bezit van amfetamine en MDMA in strijd met Opiumwet
Op 18 mei 2011 werd verdachte betrapt op het bezit van ongeveer 82 pillen en 0,73 gram poeder met amfetamine en MDMA, middelen die onder lijst I van de Opiumwet vallen. Verdachte verklaarde deze middelen voor een vriend te vervoeren. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder C, van de Opiumwet.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en dat hij inzag dat zijn handelen onjuist was. Ook werden persoonlijke omstandigheden en een positief reclasseringsadvies meegewogen. De officier van justitie eiste 150 dagen gevangenisstraf, waarvan 57 dagen voorwaardelijk, terwijl de verdediging een matiging vorderde gezien de reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis van 89 dagen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 120 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals begeleiding en verblijf bij Het Blauwe Huis. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur daarvan gelijk is aan het onvoorwaardelijke deel van de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 dagen gevangenisstraf, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.