ECLI:NL:RBUTR:2011:BT2786

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
21 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
310243 - KG RK 11-712
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Eelkema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 476a RvArt. 477 lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot conservatoir derdenbeslag onder ABN Amro wegens ontbreken rechtsverhouding

Op 15 juli 2011 dienden verzoekers een verzoekschrift in bij de rechtbank Utrecht tot het leggen van conservatoir derdenbeslag onder ABN Amro ter verzekering van een vordering van de gerequestreerde jegens derden. Dit beslag zou slechts gelegd worden zodra bestaande conservatoire beslagen van de gerequestreerde op derden zouden overgaan in executoriale beslagen en ABN Amro haar verklaring ex artikel 476a lid 1 Rv zou hebben afgelegd.

De rechtbank overwoog dat hoewel op grond van artikel 477 lid 1 Rv Pro een derde-beslagene verplicht kan zijn geldsommen aan de deurwaarder te voldoen, dit alleen geldt indien er een rechtsverhouding bestaat tussen de derde en de beslaglegger. In deze zaak ontbrak een dergelijke rechtsverhouding tussen ABN Amro en de gerequestreerde, waardoor ABN Amro niet als zelfstandige schuldenaar kon worden beschouwd.

Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het verzoek tot het leggen van conservatoir derdenbeslag niet kan worden toegewezen. De rechtbank wees het verzoek af en sprak dit uit in een openbare beschikking op 21 juli 2011.

Uitkomst: Het verzoek tot het leggen van conservatoir derdenbeslag onder ABN Amro wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsverhouding.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector Civiel
Handelskamer
zaaknummer / rekestnummer: 310243 / KG RK 11-712
Beschikking van de voorzieningenrechter van 21 juli 2011
in de zaak van
1. de vennootschap naar Belgisch recht
[verzoeker 1] BVBA,
gevestigd te [vestigingsplaats], [land],
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],
verzoekers,
advocaat mr. P.C. van As, advocaat te Utrecht,
en
[gerequestreerde],
wonende te [woonplaats], [land],
gerequestreerde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [verzoeker 1] c.s. en [gerequestreerde] genoemd worden.
1. Verloop van de procedure
1.1. [verzoeker 1] c.s. heeft op 15 juli 2011 een verzoekschrift ingediend tot het verkrijgen van verlof voor het ten laste van [gerequestreerde] doen leggen van conservatoir derdenbeslag onder de ABN Amro N.V., gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudende te Utrecht (hierna te noemen: ABN Amro) tot een beloop van EUR 180.931,63 zodra de door [gerequestreerde] ten laste van [A] en [B] onder ABN Amro gelegde conservatoire beslagen zullen zijn overgegaan in executoriale beslagen en op voorwaarde dat ABN Amro aldan haar verklaring ex artikel 476a lid 1 Rv zal hebben gedaan.
1.2. Nadat de advocaat van [verzoeker 1] c.s. op verzoek van de voorzieningenrechter telefonisch op de hoogte is gesteld, is de uitspraak met betrekking tot het verzoekschrift bepaald op heden.
2. De beoordeling
2.1. Op 4 mei 2011 heeft het gerechtshof te Parijs, Frankrijk, arrest gewezen met veroordeling van mr. [A] en [B] B.V. (hierna respectievelijk te noemen: [A] en [B]) tot betaling aan [gerequestreerde] van EUR 180.000,00. [gerequestreerde] heeft ter verzekering van zijn vordering conservatoir beslag doen leggen onder ABN Amro op alle vorderingen, gelden, geldswaarden en/of roerende zaken die geen registergoederen zijn, die ABN Amro onder zich heeft en/of uit een reeds bestaande rechtsverhouding zal of mocht verkrijgen ten behoeve van [A] en [B].
2.2. [verzoeker 1] c.s. stelt dat [gerequestreerde] een vordering op ABN Amro zal verkrijgen in het geval de conservatoire beslagen van [gerequestreerde] overgaan in executoriale en ABN Amro een verklaring ex artikel 476a lid 1 Rv heeft gedaan.
2.3. Het betoog van [verzoeker 1] c.s. dat op grond van artikel 477 lid 1 Rv Pro een verplichting voor ABN Amro ontstaat om als derde-beslagene de volgens haar verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder van [gerequestreerde] als executant te voldoen is op zich juist. [verzoeker 1] c.s. gaat er bij het betrekken van haar stellingen echter aan voorbij dat tussen ABN Amro en [gerequestreerde] geen rechtsverhouding bestaat waarop (derden)beslag mogelijk is. Anders dan [verzoeker 1] c.s. lijkt te betogen is ABN Amro niet zelfstandig schuldenaar van [gerequestreerde]. Dit is evenmin het geval indien na overgang van de conservatoire beslagen in executoriale, op grond van artikel 477 lid 1 Rv Pro een verplichting voor ABN Amro ontstaat om als derde-beslagene de volgens haar verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder van [gerequestreerde] als executant te voldoen. Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek dient te worden afgewezen.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1. wijst het verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2011.