ECLI:NL:RBUTR:2011:BT2934
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens onvoldoende aansprakelijkheid gerekwestreerde voor pensioenbetalingen
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek tot faillietverklaring van de gerekwestreerde, die in de periode 2005-2008 vennoot was van een vennootschap onder firma. De verzoeksters, drie stichtingen die pensioen- en sociale fondsen beheren, vorderden een bedrag van €9.164,55 wegens niet-betaalde bijdragen.
De gerekwestreerde voerde verweer dat hij niet aansprakelijk was omdat de vorderingen betrekking hadden op 2006, terwijl deze pas in 2010 werden opgelegd, nadat de vennootschap was beëindigd en de onderneming als eenmanszaak werd voortgezet. De rechtbank stelde dat voor faillietverklaring summierlijk moet worden vastgesteld dat er meerdere schuldeisers zijn en dat de gerekwestreerde is opgehouden te betalen.
De rechtbank constateerde dat de verzoeksters onvoldoende gebruik hadden gemaakt van de aanhoudingsperiode om hun vordering nader toe te lichten en dat niet was komen vast te staan dat de gerekwestreerde aansprakelijk was of dat hij was opgehouden te betalen. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van de gerekwestreerde wordt afgewezen wegens onvoldoende vaststelling van aansprakelijkheid en betalingsonmacht.