ECLI:NL:RBUTR:2011:BT6273
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- M.A.A.T. Engbers
- J.P. Killian
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen brandstichting met levensgevaar in woningen
Verdachte werd beschuldigd van drie feiten van brandstichting en poging daartoe in woningen te Amersfoort en Tiel, waarbij bewoners aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat verdachte samen met anderen opzettelijk brand heeft gesticht en daarbij gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor bewoners heeft veroorzaakt.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van verdachte, aangiften, forensisch onderzoek en telecomgegevens die een nauwe samenwerking tussen verdachte en mededaders aantonen. Hoewel de branden relatief beperkt bleven doordat zij uit zichzelf doofden, was er sprake van levensgevaar voor de bewoners die lagen te slapen.
Verdachte ontving per brand een bedrag van € 1.000,- en handelde mede uit financiële motieven. Zijn verweer dat hij onder bedreiging van een medeverdachte handelde werd niet geloofd. Het psychiatrisch onderzoek concludeerde dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en legde bijzondere voorwaarden op waaronder meldingsplicht bij de reclassering en deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.