ECLI:NL:RBUTR:2011:BT6769
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting en BKR-registratie bij betwiste kredietovereenkomsten
HDV vordert betaling van EUR 22.254,20 van gedaagde op grond van twee kredietovereenkomsten, welke gedaagde betwist te hebben gesloten. Gedaagde stelt dat zijn partner [A] zijn gegevens heeft misbruikt en de handtekeningen vervalst. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is bewezen dat gedaagde de kredietovereenkomsten zelf heeft gesloten, waardoor deze niet als bewijs kunnen dienen.
De rechtbank gaat ook voorbij aan de subsidiaire stellingen van HDV over ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad, omdat onvoldoende onderbouwing is gegeven en het delen van financiële gegevens binnen een relatie niet onzorgvuldig is. Wel wordt geoordeeld dat gedaagde door zijn proceshouding in een andere procedure erkent dat hij aan HDV moet betalen, waardoor hij zijn recht heeft verwerkt om dit in deze procedure te betwisten.
De vordering tot betaling wordt daarom toegewezen, met wettelijke rente, maar de contractuele rente wordt afgewezen. De reconventionele vordering van gedaagde om de BKR-registratie ongedaan te maken wordt eveneens toegewezen, omdat de kredietovereenkomsten niet zijn bewezen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van EUR 22.254,20 aan HDV en HDV wordt veroordeeld de BKR-registratie ongedaan te maken.