ECLI:NL:RBUTR:2011:BT7361
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.G. de Weerd
- N.E.M. Kranenbroek
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor zware mishandeling en vernieling met gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf
Op 22 mei 2011 heeft verdachte in Utrecht het slachtoffer zwaar mishandeld door met een geschoeide voet krachtig tegen haar arm te trappen, wat resulteerde in een gebroken ellepijp. Daarnaast heeft verdachte het slachtoffer meerdere malen geslagen, ook met een krultang, en vernielde hij een televisie en een ruit van een woning.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd, mede op basis van de bekennende verklaring van verdachte en getuigenverklaringen. De verdediging voerde aan dat het primaire feit van het trappen niet bewezen kon worden, maar dit werd verworpen omdat de gedragingen van verdachte een aanmerkelijke kans op zwaar letsel met zich meebrachten.
Psychologisch onderzoek toonde aan dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van de feiten. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 195 dagen op, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals ambulante begeleiding en een drugsverbod.
De rechtbank kende het slachtoffer een schadevergoeding toe van €611,26 voor materiële en immateriële schade. De overige vorderingen werden niet-ontvankelijk verklaard en kunnen bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 195 dagen gevangenisstraf, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, en een schadevergoeding van €611,26 aan het slachtoffer.