ECLI:NL:RBUTR:2011:BT7505
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en stuiting van vorderingen na aanrijding vrachtwagen en trein in Delfzijl
Op 26 oktober 2001 vond een aanrijding plaats tussen een vrachtwagen van [X] en een trein van DB Schenker te Delfzijl, waarbij de vrachtwagen kantelde en bodemverontreiniging ontstond. De chauffeur [A] liep letselschade op. Allianz c.s., bestaande uit meerdere verzekeraars van [X], stelde DB Schenker aansprakelijk voor de schade.
Na eerdere procedures waarin DB Schenker aansprakelijkheid werd toegekend, ontstond discussie over de verjaring van de vorderingen van Allianz c.s. tegen DB Schenker. DB Schenker stelde dat de vorderingen verjaard waren, terwijl Allianz c.s. betoogde dat de verjaring rechtsgeldig was gestuit met een aangetekende brief van 23 oktober 2006.
De rechtbank oordeelde dat de stuitingsbrief voldoende duidelijk was en dat de verjaring van alle vorderingen, inclusief die gerelateerd aan de trekker en de oplegger, was gestuit. DB Schenker had onvoldoende onderbouwing om het tegendeel aan te nemen. De vorderingen van Allianz c.s. werden grotendeels toegewezen, met uitzondering van de buitengerechtelijke kosten. DB Schenker werd veroordeeld tot betaling van diverse schadebedragen aan de verzekeraars, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de stuitingsbrief rechtsgeldig is en veroordeelt DB Schenker tot betaling van schadevergoedingen aan Allianz c.s. en andere verzekeraars, vermeerderd met wettelijke rente.