ECLI:NL:RBUTR:2011:BT8890
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ambtshalve adreswijziging wegens onvoldoende onderzoek naar feitelijke woonsituatie
Eiser had een adreswijziging doorgegeven naar een bepaald adres, maar verweerder wijzigde het adres ambtshalve naar het adres van eisers ouders. Verweerder baseerde dit op een onderzoek waarbij persoonlijke spullen van eiser op het nieuwe adres werden aangetroffen en verklaringen van bewoners. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij feitelijk op het oorspronkelijke adres woonde en dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank constateerde dat verweerder geen huisbezoek had afgelegd aan het oorspronkelijke adres terwijl dit mogelijk was en dat de onderzoeksmedewerkers niet met eiser hadden besproken om zijn woning te tonen. De verklaringen van bewoners waren onvoldoende duidelijk en het verbruik van nutsvoorzieningen bood geen sluitend bewijs tegen het oorspronkelijke adres. Hierdoor was niet aannemelijk dat eiser het oorspronkelijke adres niet had.
De rechtbank oordeelde dat het besluit tot ambtshalve wijziging in strijd was met de Wet GBA en de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. Het vonnis trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot ambtshalve adreswijziging wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.