ECLI:NL:RBUTR:2011:BT9008

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
10 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
96/214763-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 WVW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave rijbewijs na invordering wegens ernstige snelheidsovertreding

Op 13 september 2011 heeft klager te Lelystad de maximumsnelheid met 69 kilometer per uur overschreden waar een limiet van 80 km/u gold. Naar aanleiding hiervan is het rijbewijs van klager ingevorderd en voor twee maanden ingehouden door de officier van justitie. Klager heeft een eigen bedrijf waarvoor hij zijn rijbewijs nodig heeft en is niet recent veroordeeld voor verkeersovertredingen.

De rechtbank heeft het klaagschrift van klager behandeld waarin hij bezwaar maakt tegen de invordering en inhouding van zijn rijbewijs. De rechtbank stelt vast dat het rijbewijs terecht is ingevorderd op grond van artikel 164 WVW Pro vanwege de ernstige snelheidsovertreding. Ook is het besluit tot inhouding van het rijbewijs gerechtvaardigd gezien het gevaarlijk rijgedrag.

Echter, gelet op de omstandigheden waaronder klager niet recent is veroordeeld en zijn beroepsmatige noodzaak tot rijden, acht de rechtbank het redelijk dat het rijbewijs na één maand invordering wordt teruggegeven. De rechtbank verklaart het klaagschrift daarom gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs met ingang van het moment dat het één maand is ingevorderd geweest.

Uitkomst: Het rijbewijs wordt teruggegeven na één maand invordering wegens een snelheidsovertreding van 69 km/u boven de limiet.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer: 96/214763-11
Rekestnummer: 11/1614
Beschikking van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het op 21 september 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen klaagschrift op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) van:
[klager],
wonende te [woonplaats], [adres],
(hierna te noemen: klager).
Het klaagschrift is in openbare raadkamer behandeld op 10 oktober 2011.
Gehoord zijn de officier van justitie en klager.
Het klaagschrift richt zich tegen de invordering en inhouding van het rijbewijs van klager.
De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen verdachte (met bovenvermeld parketnummer) en van voornoemd klaagschrift.
De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift uit van de navolgende feiten en omstandigheden:
1. tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van overtreding van de maximumsnelheid met 69 kilometer per uur, gepleegd op 13 september 2011 te Lelystad;
2. een afschrift van het rijbewijs van klager;
3. een proces-verbaal van invordering van het rijbewijs van klager d.d. 13 september 2011;
4. een beslissing van de officier van justitie d.d. 21 september 2011 tot inhouding van het rijbewijs van klager voor de duur van 2 maanden;
5. een afschrift van een uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister betreffende klager d.d. 23 september 2011 waaruit blijkt dat klager op 8 maart 2005 een transactie is aangeboden ter zake van overtreding van artikel 8 lid 2 WVW Pro en dat klager verder niet eerder in aanraking is geweest met justitie.
Overwegingen
Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is allereerst of in dit geval het rijbewijs terecht is ingevorderd en ingehouden, voorts of het voortduren van de inhouding terecht is.
Het rijbewijs van klager is naar het oordeel van de rechtbank gelet op het bepaalde in artikel 164 WVW Pro op goede gronden ingevorderd, nu moet worden aangenomen dat hij de maximumsnelheid heeft overschreden met 50 kilometer per uur of meer, namelijk met 69 kilometer per uur waar een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur gold.
Vervolgens heeft de officier gelet op het bepaalde in lid 4 van artikel 164 WVW Pro op goede gronden het rijbewijs ingehouden nu ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat klager zich opnieuw zal schuldig maken aan ernstig gevaarlijk verkeersgedrag, gelet op het onverantwoorde rijgedrag van klager.
De rechtbank is echter van oordeel dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van veroordeling geen langere onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen zal worden opgelegd, dan voor de duur van 1 maand. Daarbij is van belang dat klager niet recent is veroordeeld (voor een overtreding van de WVW) terwijl klager voor het uitoefenen van zijn werkzaamheden
- klager heeft een eigen bedrijf - zijn rijbewijs nodig heeft.
Het klaagschrift zal dan ook gegrond worden verklaard in zoverre, dat teruggave van het rijbewijs wordt gelast met ingang van het moment waarop het rijbewijs 1 maand ingevorderd/ingehouden is geweest.
Beslissende:
De raadkamer:
- verklaart het beklag gegrond,
- gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager met ingang van het moment waarop het rijbewijs 1 maand ingevorderd is geweest.
Deze beslissing is gewezen door mr. R.P. den Otter, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Ven-de Vries, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 10 oktober 2011.