ECLI:NL:RBUTR:2011:BT9012
Rechtbank Utrecht
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beslissing over invordering en inhouding rijbewijs wegens snelheidsovertreding
Op 13 september 2011 heeft klager een snelheidsovertreding begaan door 58 kilometer per uur te hard te rijden waar een maximumsnelheid van 100 km/u gold. Naar aanleiding hiervan is het rijbewijs van klager ingevorderd en voor zes maanden ingehouden door de officier van justitie. Klager heeft bezwaar gemaakt tegen deze invordering en inhouding via een klaagschrift dat op 10 oktober 2011 door de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Utrecht is behandeld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de invordering van het rijbewijs terecht was op grond van artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, gezien de aanzienlijke snelheidsovertreding. Ook achtte de rechtbank de inhouding van het rijbewijs gegrond vanwege het risico dat klager opnieuw ernstig gevaarlijk verkeersgedrag zou vertonen, mede omdat hij eerder was aangehouden voor een snelheidsovertreding.
Echter, de rechtbank hield rekening met het feit dat klager het rijbewijs nodig heeft voor het voorzien in zijn levensbehoeften vanwege lichamelijke beperkingen. Daarom werd geoordeeld dat een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid waarschijnlijk niet langer dan twee maanden zou duren. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs na twee maanden inhouding, tenzij op dat moment in de strafzaak al een beslissing over het rijbewijs was genomen.
Uitkomst: Het rijbewijs wordt teruggegeven na twee maanden inhouding, tenzij in de strafzaak eerder een beslissing is genomen.