ECLI:NL:RBUTR:2011:BU2925
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatie- en drank- en horecavergunning wegens slecht levensgedrag eigenaar-leidinggevende
Eiser heeft op 12 oktober 2009 een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning voor zijn horecabedrijf in Utrecht. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze vergunningen geweigerd op grond van de eis dat de eigenaar-leidinggevende niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. De weigering was gebaseerd op vier incidenten waarbij eiser betrokken was: twee gevallen van rijden onder invloed, een verlaten van de plaats van ongeval en een mishandeling.
De rechtbank constateert dat twee van deze incidenten (verlaten plaats ongeval en mishandeling) door het Openbaar Ministerie zijn geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Deze sepotbeslissingen dienen in bestuursrechtelijke procedures gerespecteerd te worden, zodat deze incidenten niet kunnen worden gebruikt om het slechte levensgedrag van eiser te onderbouwen. Het besluit rust daardoor niet op een deugdelijke feitelijke grondslag en dient te worden vernietigd.
Desondanks acht de rechtbank de twee incidenten van rijden onder invloed, die binnen vijf jaar voor de aanvraag hebben plaatsgevonden, voldoende ernstig om te concluderen dat eiser niet voldoet aan de eis van niet van slecht levensgedrag zijn. Gelet op de imperatieve wettelijke regeling is de weigering van de vergunningen terecht. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit, maar laat de rechtsgevolgen in stand. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege ernstige feiten over rijden onder invloed.