ECLI:NL:RBUTR:2011:BU2929
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Veenendaal
- B.H. van der Graaf
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikkingen wegens onvoldoende motivering door anonimiseren referentiepanden
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de vaststelling van de WOZ-waarde van een bedrijfspand per 1 januari 2009. Eiser en eiseres maakten bezwaar tegen de vastgestelde waarde van € 658.000, stellende dat de waarde te hoog was en dat de bestreden besluiten onvoldoende waren gemotiveerd doordat de referentiepanden waren geanonimiseerd.
De rechtbank oordeelde dat het anonimiseren van de referentiepanden ertoe leidde dat niet inzichtelijk was op welke wijze de WOZ-waarde was vastgesteld en dat controle daarop niet mogelijk was. Dit vormde een motiveringsgebrek in strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb, waardoor de besluiten niet deugdelijke motivering bevatten en vernietigd moesten worden.
Tegelijkertijd stelde de rechtbank vast dat in het taxatierapport, opgesteld na het beroep, de referentiepanden wel waren geduid en dat de gehanteerde vergelijkingsmethode en correctiefactoren voor de huurwaarde van de onroerende zaak voldoende aannemelijk waren. De WOZ-waarde werd niet te hoog geacht, en de rechtsgevolgen van de besluiten bleven daarom volledig in stand.
De rechtbank bepaalde verder dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser en eiseres moest vergoeden en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser. De uitspraak werd gedaan door mr. J.W. Veenendaal en mr. B.H. van der Graaf op 29 september 2011.
Uitkomst: De WOZ-beschikkingen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.