ECLI:NL:RBUTR:2011:BU3696
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gevolgen dispensatie pensioenfonds CAO voor pre-pensioen en omzetting naar ouderdomspensioen
De zaak betreft een geschil tussen werknemer en werkgever over de pensioenregeling na dispensatie van verplichte deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds ICK. Werknemer vordert dat zijn pensioen wordt aangepast conform de overgangsregeling die gelijkwaardig is aan die van het Bpf ICK, met name de omzetting van tijdelijk overbruggingspensioen (TOP) in een levenslang ouderdomspensioen na 65 jaar.
De arbeidsovereenkomst liep tot de 65-jarige leeftijd van werknemer. De werkgever had dispensatie gekregen van deelname aan het pensioenfonds, onder de voorwaarde dat een gelijkwaardige regeling aan de overgangsregeling van het fonds zou worden geboden. De kern van het geschil is of deze gelijkwaardigheid ook de verplichting tot waarde-overdracht van het TOP en de overgangsregeling omvat.
De kantonrechter stelt vast dat de pensioenregeling van de werkgever niet voorziet in de waarde-overdracht van het TOP en de overgangsregeling, terwijl dit volgens de CAO-ICK en het pensioenreglement van het fonds wel vereist is. De werkgever betwist dat werknemer aanspraak kan maken op deze waarde-overdracht, mede omdat de werkgever de pensioenopbouw tot 65 jaar heeft voortgezet.
De kantonrechter oordeelt dat de aanspraak op waarde-overdracht niet los kan worden gezien van de voortgezette pensioenopbouw. Omdat partijen hierover onvoldoende informatie hebben verstrekt, wordt de zaak aangehouden voor nadere schriftelijke toelichting van beide partijen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere schriftelijke toelichting over pensioenschade en reactie van de werkgever.