ECLI:NL:RBUTR:2011:BU4413
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurders niet aansprakelijk voor onbehoorlijk bestuur wegens niet-naleving boekhoudplicht
De curator stelde dat de bestuurders van Armanti Enterprises B.V. en Armanti Holding B.V. hun boekhoudplicht niet hadden nageleefd over de jaren 1999 tot en met 2002, wat zou leiden tot onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid voor het faillissementstekort. De rechtbank liet een deskundige onderzoek verrichten naar de boekhouding en administratie van de vennootschappen.
De deskundige concludeerde dat over de jaren 1999, 2000 en 2001 een reguliere, maandelijks bijgewerkte boekhouding aanwezig was die voldeed aan de eisen van artikel 2:10 lid 1 BW Pro, ondanks enkele ontbrekende grootboekgegevens. Voor 2002 was er onvoldoende administratie beschikbaar, maar dit werd toegeschreven aan het verlies van gegevens door inbeslagname, waarvoor de bestuurders niet verwijtbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat de curator niet had bewezen dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur door het niet naleven van de boekhoudplicht. Bovendien slaagden de bestuurders erin zich te disculperen op grond van artikel 2:248 lid 3 BW Pro door aan te tonen dat zij na hun aantreden maatregelen hadden getroffen om de gevolgen van eventuele tekortkomingen af te wenden.
De vorderingen van de curator werden daarom afgewezen en de curator werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank gaf de bestuurders tevens in overweging de verbonden vrijwaringszaken te heroverwegen in het licht van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en stelt de bestuurders niet aansprakelijk voor onbehoorlijk bestuur.