ECLI:NL:RBUTR:2011:BU4892
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling van geldleningen met betwiste handtekening op schuldbekentenis
In deze civiele procedure vordert eiseres terugbetaling van diverse geldleningen aan gedaagde, waarbij gedaagde betwist heeft de schuldbekentenis te hebben ondertekend en stelt dat de handtekening vervalst is.
De rechtbank benoemde een forensisch schriftexpert die concludeerde dat de handtekening op de schuldbekentenis zeer waarschijnlijk authentiek is en geen aanwijzingen voor vervalsing bevat. Gedaagde leverde geen origineel vergelijkingsmateriaal aan, wat de rechtbank als poging tot bemoeilijking van het onderzoek interpreteerde.
Op grond van deze bevindingen achtte de rechtbank bewezen dat eiseres op 5 juni 2009 in totaal EUR 8.460 aan gedaagde heeft geleend. De rechtbank oordeelde verder dat de vordering tot terugbetaling opeisbaar is, ook al was er discussie over de terugbetalingstermijn en de rol van een ontslagvergoeding die gedaagde zou ontvangen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het geleende bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 september 2009, en tot vergoeding van beslag- en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van EUR 8.460 met wettelijke rente en proceskosten.