ECLI:NL:RBUTR:2011:BU5292
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevel tot terugkeer van minderjarige kinderen in internationale kinderontvoeringszaak
In deze zaak gaat het om een verzoek tot teruggeleiding van vier minderjarige kinderen die door hun moeder zonder toestemming van de vader vanuit Oostenrijk naar Nederland zijn gebracht. De vader, die samen met de moeder het gezagsrecht uitoefent, heeft de Centrale Autoriteit verzocht om terugkeer van de kinderen naar Oostenrijk.
De moeder heeft een beroep gedaan op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b van Pro het Haagse Verdrag, stellende dat er sprake is van huiselijk geweld door de vader, wat een ernstig risico voor de kinderen zou vormen bij terugkeer. Zij overlegde diverse verklaringen en rapportages ter onderbouwing.
De rechtbank heeft deze stellingen getoetst aan de verklaringen van jeugdartsen en sepotbrieven van het Oostenrijkse Openbaar Ministerie, en concludeert dat de moeder het huiselijk geweld onvoldoende heeft aangetoond. Tevens is niet gebleken dat er een beletsel is voor de moeder om met de kinderen mee terug te keren.
Daarom wordt de onmiddellijke terugkeer van de minderjarigen naar Oostenrijk gelast, uiterlijk op 5 januari 2012, waarbij de moeder de kinderen dient terug te brengen of anders de kinderen aan de vader moet overdragen zodat hij de terugkeer kan verzorgen.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de vier minderjarige kinderen naar Oostenrijk uiterlijk op 5 januari 2012.