ECLI:NL:RBUTR:2011:BU5327
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot inkorting boom nabij erfgrens wegens overschrijding hoogte schutting
De zaak betreft een burenrechtelijk geschil tussen twee perceeleigenaren over een goudiep die te dicht bij de erfgrens staat en hoger is dan de houten schutting die de percelen scheidt.
Eiser vordert verwijdering van de boom, subsidiair inkorting tot schuttinghoogte en verwijdering van overhangende takken, met dwangsom en machtiging tot eigen uitvoering. Gedaagde verweert zich onder meer met verjaring en toestemming tot plaatsing van de boom.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot verwijdering niet toewijsbaar is omdat de boom niet hoger mag zijn dan de scheidsmuur (de schutting). De vordering tot inkorting tot schuttinghoogte wordt toegewezen. Het beroep op verjaring faalt omdat de boom minder dan 20 jaar oud is. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende sommatie.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot inkorting binnen drie weken, met een dwangsom van € 250 per dag tot maximaal € 5.000, en tot betaling van proceskosten van € 648,93. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot inkorting van de boom tot de hoogte van de schutting binnen drie weken onder dwangsom.