ECLI:NL:RBUTR:2011:BU5756
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke termijn terugbetaling geldlening tussen vader en dochter
De rechtbank Utrecht behandelde een civiele zaak tussen een vader en zijn dochter over de terugbetaling van een geldlening. De vader vorderde vaststelling van de termijn waarop de dochter de lening aan hem moest terugbetalen, mede op grond van artikel 7A:1798 BW. De dochter had geen standpunt ingenomen over terugbetaling in termijnen, maar overlegd dat haar financiële situatie beperkt is, met een ziektewetuitkering als belangrijkste inkomen.
De vader stelde een terugbetaling in twee jaar voor, beginnend met lage maandbedragen die oplopen, maar de rechtbank vond dit voorstel onredelijk gezien de financiële situatie van de dochter. De rechtbank hield rekening met het inkomen van de dochter, haar schulden en de familierelatie tussen partijen.
Uiteindelijk bepaalde de rechtbank dat de dochter in termijnen van € 100 per maand vanaf 1 januari 2012 aan haar vader moet betalen, met een totaal van € 11.500. De rechtbank wees ook af dat de dochter wettelijke rente moest betalen en compenseerde de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De dochter moet € 11.500 terugbetalen in maandelijkse termijnen van € 100 vanaf 1 januari 2012.