ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6145
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling voor witwassen en overtreden Opiumwet
De rechtbank Utrecht behandelde op 25 november 2011 de ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die eerder op 26 augustus 2011 was veroordeeld voor witwassen en overtreden van de Opiumwet. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, oorspronkelijk begroot op €196.623,18, na correcties €128.833,18.
De verdediging voerde onder meer aan dat bewijs onrechtmatig was verkregen door onjuiste gegevensopvraging bij de Belastingdienst en dat de vordering afgewezen moest worden wegens legale inkomsten en gebrek aan draagkracht. De rechtbank oordeelde dat het bewijs ondanks een vormverzuim toch gebruikt mocht worden, omdat geen materieel nadeel was geleden en het verzuim formeel van aard was.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €19.233,18, waarbij legale bedragen zoals een lening van €60.000 en een Rolex van €7.790 in mindering werden gebracht. De rechtbank verwierp het verweer dat de hasjiesj betaald was, aangezien deze volgens geloofwaardige verklaringen door diefstal was verkregen. Verder achtte de rechtbank de opgevoerde legale inkomsten niet aannemelijk. De veroordeelde werd verplicht tot betaling van dit bedrag aan de Staat, de rest van de vordering werd afgewezen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €19.233,18 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.