ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6169
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op huurtoeslag wegens medebewoner met Box III-inkomen en geen hoofdverblijf
Eiser had een vakantiewoning in Duitsland betrokken en verhuurde zijn Nederlandse huurwoning tijdelijk aan een huurster met toestemming van de verhuurder. De huurster stond ingeschreven op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie. De Belastingdienst rekende het inkomen van deze huurster, dat uit sparen en beleggen (Box III) bestond, mee bij de bepaling van het recht op huurtoeslag.
De rechtbank bevestigde dat op grond van de Wet op de huurtoeslag en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) een medebewoner die op hetzelfde adres staat ingeschreven moet worden meegeteld. Omdat de huurster Box III-inkomen had, was er geen recht op huurtoeslag. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser geen recht had op huurtoeslag omdat hij de woning niet als hoofdverblijf gebruikte in het betreffende jaar.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de terugvordering van betaalde voorschotten werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van huurtoeslag bevestigd.