ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6181
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening ter voorkoming executoriale beslaglegging
Verzoekster heeft bij de rechtbank Utrecht een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat conservatoir beslag, gelegd op verzoek van een derde onder ING Bank N.V. en ABN-AMRO Bank N.V., executoriaal wordt. Dit verzoek werd gedaan in samenhang met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 30 Faillissementswet Pro (Fw) in samenhang met artikel 313 Fw Pro artikel 28 Fw Pro niet van toepassing is indien de stukken van het geding al aan de rechter zijn voorgelegd voor een beslissing. Dit betekent dat een eventuele bewindvoerder niet de plaats kan innemen van de schuldenaar en dat de voorlopige voorziening niet kan leiden tot schorsing van de procedure.
Verder stelde de rechtbank vast dat sinds 1 januari 2008 de mogelijkheid tot voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling is vervallen en dat een voorlopige voorziening niet meer kan omvatten dan de schuldsaneringsregeling zelf. Omdat de bodemprocedure reeds aanhangig was en er geen executoriale titel bestond, oordeelde de rechtbank dat het verzoek niet spoedeisend was en wees het af.
De beslissing tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal in een afzonderlijk vonnis worden genomen.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening ter voorkoming van executoriale beslaglegging wordt afgewezen.