ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6187
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord wegens gebrek aan goede trouw schuldenaar
De rechtbank Utrecht heeft op 24 november 2011 het verzoek van een schuldenaar tot het vaststellen van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet afgewezen. De schuldenaar had een minnelijk akkoord aangeboden waarbij circa 33% van de vorderingen zou worden voldaan, maar één schuldeiser, de Hollandsche Disconto Voorschotbank (HDV), stemde niet in.
HDV voerde aan dat de schuldenaar niet te goeder trouw was, omdat zij na het aangaan van een lening bij HDV om eerdere schulden af te lossen, opnieuw kredietruimte bij een andere bank had benut. De rechtbank achtte de kans klein dat de schuldenaar zou worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) en oordeelde dat HDV in redelijkheid tot weigering van het akkoord kon komen.
De belangen van HDV en de overige schuldeisers om een groter gedeelte van hun vordering te incasseren, wogen zwaarder dan het belang van de schuldenaar bij het minnelijke akkoord. De rechtbank concludeerde dat de weigering van HDV niet onevenredig was en wees het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord af. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling blijft in behandeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw van de schuldenaar.