ECLI:NL:RBUTR:2011:BU6188
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsanering wegens ontbreken administratie ex-ondernemer
De verzoeker, een ex-ondernemer, diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hij kon echter geen administratie of jaarstukken van zijn voormalige onderneming overleggen, omdat deze volgens zijn verklaring door een derde was vernietigd. Deze verklaring werd niet met stukken onderbouwd.
De rechtbank gaf verzoeker de gelegenheid om alsnog stukken aan te leveren, maar hij heeft geen aanvullend bewijs overlegd of aangegeven pogingen te hebben ondernomen om de administratie te achterhalen. De schulden van ruim € 51.860,13, waaronder vorderingen van een advocatenkantoor en de Belastingdienst, vloeien voort uit de bedrijfsvoering van de onderneming.
Op grond van artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet moet verzoeker aannemelijk maken dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. Door het ontbreken van een deugdelijke administratie kon dit niet worden aangetoond. De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling daarom moet worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een deugdelijke administratie en onvoldoende bewijs van te goeder trouw zijn.