ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7193

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
28 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/600717-11 [P]
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 310 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal van zeven blikjes bier met gevangenisstraf van vijf weken

Op 18 juni 2011 heeft verdachte in een Albert Heijn te Utrecht zeven blikjes bier uit het schap genomen en slechts één blikje afgerekend. Dit werd bevestigd door camerabeelden. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de blikjes wederrechtelijk heeft toeëigend en veroordeelde hem voor diefstal.

Hoewel de officier van justitie een ISD-maatregel van twee jaar vorderde vanwege het hoge recidiverisico, wees de rechtbank dit af. De rechtbank nam het advies van de reclasseringswerker niet over, mede omdat de overlast beperkt was en verdachte open stond voor hulpverlening.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf weken op, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders ten laste was gelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Utrecht op 28 september 2011.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf weken gevangenisstraf voor diefstal van zeven blikjes bier.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16/600717-11 [P]
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 september 2011
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1978] te [geboorteplaats],
blijkens het uittreksel van de gemeentelijks basisadministratie ingeschreven op het adres [adres], [woonplaats].
Raadsman mr. E.N. Bouwman, advocaat te Utrecht.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 september 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een diefstal heeft gepleegd.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen aan hem is ten laste gelegd heeft begaan.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, daar verdachte niet de intentie had om zich de blikjes bier wederrechtelijk toe te eigenen.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 18 juni 2011 in de Albert Heijn op de ’t Goylaan te Utrecht is geweest. Hij heeft daar blikjes bier uit het schap gepakt en blikjes in zijn plastictas gedaan. Op de camerabeelden van de winkel is te zien dat verdachte in totaal acht blikjes bier uit het schap pakt. Hiervan stopte hij er zeven in zijn plastic tas. Eén blik hield hij in zijn handen. Bij de kassa heeft verdachte vervolgens één blikje op de band gelegd. Verdachte heeft één blikje bier afgerekend. Vervolgens heeft verdachte de winkel verlaten.
Het oogmerk van de verdachte op wederrechtelijke toeëigening blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het in de plastic zak meevoeren van de zeven blikjes langs de kassa, terwijl bij die kassa slechts één ander blikje werd afgerekend. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.
Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich zeven blikjes bier wederrechtelijk heeft toegeëigend.
4.4 De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 18 juni 2011 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen zeven (7) blikjes bier, toebehorende aan Albert Heijn.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
5.1 De strafbaarheid van het feit
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:
Diefstal.
5.2 De strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
6.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte een ISD-maatregel op te leggen voor de duur van twee jaren. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd na één jaar een tussentijdse beoordeling te gelasten, ter beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
6.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman verzocht aan verdachte een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest. Het opleggen van de ISD-maatregel is, volgens de raadsman, niet aan de orde. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsman erop gewezen dat het Reclasseringsrapport d.d. 9 september 2011 op onjuistheden is gebaseerd en er thans geen plan van aanpak beschikbaar is.
6.3 Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.
Verdachte heeft zeven blikjes bier gestolen bij Albert Heijn. Een dergelijk feit brengt aanzienlijke schade mee voor de benadeelde. Niet alleen lijdt de winkel schade doordat een product wordt weggenomen, tevens zien winkeleigenaren zich steeds vaker genoodzaakt om maatregelen te treffen om diefstallen tegen te gaan, dan wel winkeldieven in de kraag te vatten. Ook dat brengt, naast de overlast die winkeldieven voor winkels en winkelend publiek veroorzaken, een grote kostenpost met zich mee.
Over de persoon van de verdachte heeft reclasseringswerker B.H.V. Dölle op 9 september 2011 een reclasseringsadvies uitgebracht. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Daar eerdere hulpverleningstrajecten niet tot een gewenst resultaat hebben geleid, verdachte blijft recidiveren en niet voor verandering in zijn gedrag lijkt open te staan, wordt geadviseerd een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
De rechtbank zal dit advies niet overnemen. De rechtbank is van oordeel dat, indien thans aan verdachte een ISD-maatregel wordt opgelegd, voorbij wordt gegaan aan het primaire doel van de maatregel, te weten de bestrijding van overlast. Daarbij is van belang dat verdachte in eerste instantie op 1 januari 2010 is ontlabeld als veelpleger, daar hij niet meer aan de vereiste criteria voldeed. Verdachte is evenwel na 1 januari 2010 opnieuw veroordeeld, waardoor hij weer als veepleger is gelabeld. Echter uit het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 22 augustus 2011 blijkt dat de door verdachte veroorzaakte overlast in de afgelopen drie jaren beperkt is gebleven. Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank wel in acht dat verdachte in het verleden meerdere malen voor met name vermogensdelicten is veroordeeld.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op hetgeen door de verdachte en de raadsman ter terechtzitting naar voren is gebracht. Zo is door de verdediging aangevoerd dat verdachte hulp krijgt van een maatschappelijk werker van Release en ingeschreven staat bij Stichting De Tussenvoorziening. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte open staat voor hulp en hiertoe ook zelfstandig stappen heeft ondernomen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, anders dan door de officier van justitie geëist, een gevangenisstraf noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Diefstal
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) weken;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. A. Wassing en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 september 2011.