ECLI:NL:RBUTR:2011:BU7398
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Wassing
- M.S. Koppert
- N. van der Velden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van gedwongen ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige en het dwingen tot dergelijke handelingen. De tenlastelegging omvatte twee feiten: het verrichten van ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de 16 jaar en het gedurende langere tijd dwingen van de minderjarige tot ontuchtige handelingen.
Tijdens de zitting stelde de verdediging dat de dagvaarding voor het tweede feit nietig was wegens onduidelijkheid over de aard van de dwang. De rechtbank oordeelde echter dat de tenlastelegging voldoende specifiek was en verwierp dit verweer. De rechtbank stelde vast dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte ontuchtige handelingen had gepleegd met de minderjarige toen deze jonger dan 16 was, mede omdat getuigenverklaringen gebaseerd waren op horen zeggen en onderling inconsistent waren.
Ten aanzien van het tweede feit oordeelde de rechtbank dat er geen bewijs was van fysiek of geestelijk overwicht of dwang door verdachte. De minderjarige had verklaard geen dwang te hebben ervaren en regelmatig weerstand te hebben geboden. De rechtbank concludeerde dat het voor verdachte niet kenbaar was dat de minderjarige zich gedwongen voelde en sprak verdachte vrij van beide feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de feiten niet bewezen waren.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs en het ontbreken van opzet en dwang.